Rasbeschrijving

De Mastin Espagnol komt uit Spanje en werd vooral gebruikt als bewaker van de kudden. Dit ras moest bescherming bieden tegen wolven en andere roofdieren alsmede bescherming bieden aan de herders die met de kudden trokken. De Mastin stamt waarschijnlijk af van de zware Middeleeuwse Doggen. Overigens bleek de Mastin ook geschikt voor de jacht op groot wild. De Mastin Espagnol is een uitstekende waakhond en tevens erg aanhankelijk voor het eigen gezin. U dient dit ras wel consequent op te voeden. De Mastin Espagnol vindt het heerlijk om buiten te zijn en heeft weinig last van de verschillende tempraturen omdat de vacht goed tegen weersinvloeden bestand is. De Mastin houdt van een stevige wandeling.

Verschijning

De Mastin Espagnol is een zware en rechthoekige hond. Zij stralen een enorme kracht uit. De rug is krachtig en goed bespierd. Zeer bespierde schouders. De achterbenen zijn krachtig met goede hoekingen. De hals is breed, en stevig, goed gespierd en buigzaam. De huid op de hals is dik en los. De neus is zwart, groot en breed. De ogen zijn klein in verhouding tot de schedel, amandelvormig en bij voorkeur zwart van kleur. De uitstraling is intelligent en edel. Het onderste ooglid mag iets van het oogwit laten zien. De oren zijn middelmatig groot en zijn hangend. Ze zijn driehoekig van vorm en aangezet boven de ooglijn. In rust hangen de oren vlak tegen het hoofd, maar niet te dicht tegen de schedel aan. Is de hond in aandacht dan kunnen de oren iets van de schedel afhangen.

De staart is breed aan de basis en gemiddeld hoog aangezet. De staart wordt bedekt met haar dat langer is dan dat op het lichaam. In rust wordt der staart laag gedragen, juist reikend tot de sprong. Wanneer de hond actief is of in beweging zal de staart sabelvormig worden gedragen.  Kattevoeten. Goed gesloten tenen en stevig. Aan de achterbenen kan een dubbele of enkele wolfsklauw aanwezig zijnDe bovenvacht is stokharig met dichte ondervacht. Op de rug en staart is het haar langer. Aan de benen is het haar korter.

Schofthoogte

Reu: minimaal 78 (wenselijk boven 80 cm), Teef: minimaal 74 cm (wenselijk boven 75 cm)

Aard

•Moedig

•Zachtmoedig voor eigen gezin

•Wantrouwend jegens vreemden

•Zelfverzekerd

•Intelligent

•Waaks

Herkomst

De Galgo Español dankt zijn naam aan de Gallische stammen die ooit het Iberisch schiereiland bevolkten. Het is een oud renhondenras dat al eeuwen raszuiver is gefokt. Men gebruikte deze windhond op boerenbedrijven in Castilië en Andalusië als jager op kleinwild en als bewaker. Bij de rennen in Spanje is hij favoriet.

Algemeen voorkomen

Hij lijkt op een Greyhound, maar heeft een smaller hoofd en een minder gewelfde rug. Het lichaam is lenig en uitgebalanceerd, en hij heeft een zeer lange, min of meer sabelvormige staart die laag wordt gedragen.

Schofthoogte

reuen 65 – 70 cm; teven iets kleiner

Gewicht

30 kg

Vacht

De beharing is kort, dicht, goed aanliggend en glanzend. De Galgo Español komt voor in de kleuren zandkleurig, rood, geel, bruin met zwart masker, wit en zwart. Vaak zijn ze gestroomd.

Gezondheid

Er zijn geen rasspecifieke gezondheidsproblemen bekend.

Aard

Temperamentvol met een groot uithoudingsvermogen, intelligent, nieuwsgierig, aanhankelijk, geduldig met kinderen, trouw. Hij beschermt zijn gezin als dat nodig is. De Galgo Español is een nog zeer oorspronkelijke hond met een sterk jachtinstinct. Hij jaagt op alles wat beweegt, dus ook op katten.

Over de Galgo Español

De Galgo Español ~ een hond die er fragiel uitziet, maar een enorme wilskracht en snelheid bezit. Hij komt voor in twee verschillende type, elegant met gladhaar en rustiek met ruwhaar. Beide typen karakteriseren zich door hun robuustheid, wendbaarheid en energie, tezamen met een aangenaam karakter. Eigenlijk is het moeilijk te begrijpen waarom dit ras zo zeldzaam is tussen de windhonden. In Spanje, het land van oorsprong, is de Galgo Español al sinds jaar en dag een zeer gewaardeerde jacht- en familie hond.

Geschiedenis

Maar een paar mensen weten dat Spanje op een lange windhonden traditie kan terug kijken. Sommige toeristen zullen zeker al eens de originele windhond in Spanje gezien hebben. Zo treft men hen bijvoorbeeld aan in de dorpen aan de zijde van zijn baas, klaar voor de hazenjacht over ruig terrein. Ze hebben een elegante aanblik met hun lang gestrekte lichaam, lange hals en smal hoofd.

Hun verschijningsvorm, welke niet door fokkers is gecreëerd voor een bepaalde schoonheid, komt voort uit de natuurlijke eisen van de Hazenjacht.

Een groot gedeelte van Spanje bestaat uit steppen, waar alleen de restanten van de oorspronkelijke bossen nog zichtbaar zijn.

Om op een haas in het open veld te jagen, heeft men een hond nodig die zeer snel is en met een groot uithoudingsvermogen. Hij moet extreem wendbaar zijn, om een haas die plotseling van richting verandert te kunnen volgen.

Op het droge onvlakke terrein van de Spaanse hoogvlakte, bezaaid met stenen, is een enorme kracht nodig om de jacht op de haas zonder blessures te kunnen voltooien. Het klimaat, de topografie en de jachteisen hebben het uiterlijk en de kwaliteiten van de Galgo Español duidelijk beïnvloed.

Als je zoekt naar de oorsprong van de Galgo Español, dan moet je ver terug gaan in de geschiedenis. Verschillende eeuwen voor Christus jaagden de Kelten al met een windhond van gemiddelde grootte. Deze honden volgde het wild niet alleen met hun neus, maar ook met hun scherpe ogen en ze waren snel genoeg om hun prooi met rennen te vangen. Als waardevolle jachthulpen begeleidden zij de Kelten tijdens hun migraties en zo werden zij verspreid over bijna heel europa. Zij kwamen aan op het Iberische schiereiland, toen de Kelten in het jaar 600 voor Chr. De Pyreneeën over staken. Eeuwen later heerste de Romeinen over grote delen van europa en zetten de traditie van de jacht met Keltische windhonden voort. De reputatie van deze honden spiegelt zich af in de vele schilderijen en teksten uit deze tijd. In de voormalige provincie Hispania, werd dit windhondenras Canis Gallicus genoemd, en men neemt aan, dat hier uit in de loop der jaren het woord Galgo is ontstaan, welke tegenwoordig in het Spaans het algemene woord voor windhond is.

De Galgo Español, oftewel Spaanse windhond, is, zoals andere Europese windhonden rassen, een afstamming van de Keltische windhond. Maar, het ras is over de eeuwen heen waarschijnlijk beïnvloed door andere rassen zoals bijvoorbeeld de Podenco Ibicenco of de Sloughi, welke door de Moorse overheersers, in de 8-15 eeuw na Chr., meegebracht werden naar de zuidelijke regionen.

De Galgo Español is zeer verwant met de Spaanse traditie en was gedurende eeuwen een compagnon van de Spaanse adel. Zo wordt er bijvoorbeeld over de Spaanse nationaal held El Cid geschreven, dat hij met deze honden ging jagen. In Spanje was jagen met windhonden niet alleen een privilege voor de rijkere mensen zoals in vele andere Europese landen.

Vandaag de dag wordt er nog altijd gejaagd door de plaatselijke bevolking. Oorspronkelijk was de hazenjacht alleen voor het verkrijgen van voedsel, maar later werd dit een georganiseerde sport, de zogenaamde “CARRERAS EN CAMPO”.

In deze competitie wordt de moed, kracht en jachttechniek van deze honden beoordeeld. De traditie en de regels van zo een competitie kunnen worden teruggeleid naar de tijd van het Romeinse Imperium. Heden ten dage zijn vele Galgo Español bezitters lid van kleine renverenigingen die regelmatig coursingen organiseren.

Het doel is om bij de beste van het land te horen om in de finale van de Spaanse coursing kampioenschap “Copa de Su Majestad el Rey” te verschijnen.

Ondanks zijn populariteit, dreigde de raszuivere Galgo Español aan het begin van onze eeuw uit te sterven.

In de jaren ´30 zijn vele Spanjaarden overgestapt van de traditionele rennen “carreras en campo” naar het professionele baanrennen, volgens het engelse idee.

Hier ging het niet om roem en eer maar om het geld. In de eerste races werden Galgos en greyhounds samen gestart, maar de Galgo Español is op een vlakke renbaan niet zo snel als de greyhound. Omdat greyhound gevoeliger is voor blessures, kruisten de Spanjaarden al snel geïmporteerde greyhounds met hun Galgos Españoles. Dit om honden met snelheid en robuustheid te krijgen.

De voor de renbaan gefokte kruisingen, Galgo Ingles-Español genoemd, lijken in zijn verschijning en karakter meer op de greyhound. Het type van de Galgo Español verdween hier door meer en meer. In de binnenlanden van Spanje, waar de honden nog gefokt werden voor de hazenjacht of “carreras en campo” en geen kruisingen met greyhounds werden/worden gedaan, zijn er daar nog vele mooie en hoogtypische Galgos Españoles bewaard gebleven.

Jammer genoeg zijn nog vele eigenaren niet geïnteresseerd om hun puppen in het stamboek op te laten nemen. Maar steeds meer ambitieuze fokkers in Spanje hechten waarde aan het fokken van honden met Stamboom en registratie.

Daarnaast moet jammer genoeg ook gemeld worden, dat er ook nog een groot aantal zogenaamde “Galgo-liefhebbers” in Spanje zijn, die deze naam absoluut niet verdienen.

Want er worden nog steeds vele Galgos Españoles aan het einde van het jachtseizoen op verschrikkelijke wijzen om het leven gebracht.

Het verschil tussen een Galgo Español en een Greyhound

Heel laat, rond 1972, is de Galgo Español door de FCI ( Federation Cynologique Internationale) erkend als een op zichzelfstaand ras. De eerste standaard werd gemaakt en is na 10 jaar bijgewerkt en geactualiseerd.

Deze gedetailleerde STANDAARD was nodig om het verschil aan te brengen tussen de Galgo en de Grey vanwege de eerder genoemde kruisingen.

In sommige gevallen is het moeilijk om een Galgo van een Grey te onderscheiden.

De greyhound is een sprinter voor korte afstanden, de Galgo daarin tegen moet in staat zijn langdurig te kunnen galopperen. Deze verschillende eisen vormde hun types. De Galgo is smaller dan de greyhound, een Galgo-reu meet maar 62-70 cm en de teef 60-68 cm. De lendenpartij moet van de zijkant gezien hoger liggen dan de schouders.

In tegenstelling tot de grey, heeft de Galgo geen dikke ronde spiermassa´s op de achterhand en rug, maar een vlakkere bespiering die karakteriserend is voor een lange afstandloper. Zijn borstkas is niet zo diep als die van een greyhound en mag niet tot aan de ellebogen reiken.

Het hoofd van de Galgo is zeer lang en fijn met een smallere schedel en relatief grote roze oren. De staart van de Galgo is erg lang met aan het einde een naar de zijkant staande haak.

Er zijn twee type Galgos, de gladhaar en de ruwhaar, waarbij de ruwhaar een vachtlengte van 10 cm kan bereiken. Daar de twee types door elkaar gefokt mogen worden kan de vacht variëren van kort- tot lang- en ruwhaar. Verder staat er in de standaard dat alle kleuren zijn toegestaan; van gestroomd, zwart, donker en lichte beige tinten, kaneel, geel, rood, wit tot gevlekt, waarbij dit laatste niet erg gewild is omdat daar men aanneemt dit van de greyhound afkomt.

Witte aftekeningen op de snuit, staartpunt en de poten, wat bij veel honden voorkomt, wordt graag gezien.

Karakter

De Galgo Español vertoont typische karaktertrekken van een windhond. Thuis, is de Galgo rustig, niet opdringerig en blaft maar zelden. Hij bewaart zijn energie en Spaanse vurigheid voor buiten. De Galgo kan zonder problemen in de stad wonen, als hij maar genoeg bewegingsmogelijkheden krijgt. Rennend door het open veld laat hij iedereen zijn vurige temperament zien. De Galgo is erg aanhankelijk naar zijn baas en/of familie, bij vreemden is hij vaak terughoudend en voorzichtig, maar absoluut niet agressief.

De Galgo beslist zelf wie hem mag aaien en wie niet. Omdat de Galgo van nature voorzichtig en terughoudend is, is het van het grootste belang dat de puppen al van kleinsafaan met allerlei situaties in aanraking komen. Dit om te voorkomen dat hun voorzichtigheid kan veranderen in angst.

Galgos kunnen prima overweg met andere honden, zij gaan liever de confrontatie uit de weg. Door hun rust en zachtheid gaan Galgos prima met kinderen samen.

Opvoeding

De Galgo Español luistert over het algemeen zeer goed en is makkelijk op te voeden. Hij reageert erg gevoelig op een grove- en harde aanpak. De opvoeding mag nooit met druk of straf gepaard gaan, maar met een aai en een koekje.

Met een zachte en inlevingsvolle training is de Galgo Español een goede volgzame hond. Ondanks dit alles mag je nooit vergeten dat een windhond in korte tijd een lange afstand kan afleggen, zorg daarom als de hond van de lijn gaat dat het veilig is, zonder gevaar van wegen etc.

Tot slot denk er aan, een Galgo is gefokt voor de jacht en dit instinct zit nog altijd in hem.

Voordat je een Galgo koopt, bedenk goed dat windhonden van rennen houden.

Een urenlange wandeling is niet nodig in plaats daarvan geeft de Galgo de voorkeur aan een stuk kort en intensief rennen in volle galop om daarna weer lekker Siësta te houden.

Een Galgo is een ideale partner voor actieve mensen, ze gaan graag mee joggen, fietsen of wandelen.

Kortom een geweldig ras dat veel meer aandacht verdient.

bron NVOW

Mede ook omdat het hier gaat om een in Nederland (en de rest van de wereld) nog volkomen onbekend   NIEUW HONDENRAS!!!

Dat vooral  NIET  te verwarren is met de in Nederland vaak zo’n slechte naam hebbende Jack-Russel. Daar heeft dit hondje namelijk helemaal NIETS mee te maken!!!

Het gaat hier om een heel sterk, en vooral ook gezond, nog volkomen oorspronkelijk nieuw hondje, een echte (werk)hond, die heel veraf staat van de overbekende Jack Russel. Men noemt de bodegueros op de adoptie paginas ten onrechte, bijna altijd “jack-russel mix”. Vandaar dat ik dit misverstand uit de wereld wilde helpen, en hoop u zo te interesseren voor dit fantastische, mooie, leuke, lieve, sterke, zeer intelligente en vooral zeer trouwe hondje, dat het zo zeer verdiend in uw harten gesloten te worden!

Een stukje geschiedenis

De verschillende namen:

Ratonero (rattevanger)

Bodeguero Andaluz (bodeguero komt van bodega,wijnkelder, daar worden ze gebruikt om de wijnvaten vrij van ratten en ander gespuis te houden)

Perillo Ratero (rattenhondje)

De bodeguero is onstaan ongeveer aan het einde van de 18de eeuw,met de komst van de engelse wijnhandelaren in de provincie Cadiz.(zuid spanje)  De Engelsen hadden vooral gladharige fox terriers bij zich ,die ze lieten kruisen  met de al aanwezige plaatselijke hondjes, die gebruikt werden als rattenvanger in de bodegas. Deze kruisingen leverden al snel een grote homogeniteit op en uitstekende rattenvangers. Vanaf dat moment is men ze dan ook op kleur gaan selecteren, dat werd dus wit. Vooral ook omdat je ze dan goed kon zien in de donkere gewelven van de in die dagen nog onverlichte wijnkelders!

Vanaf oktober 1993 zijn de eerste officiële statuten van de fokverenigingen aan het ministerie van binnenlandse zaken voorgelegd en wordt de Club National de Pero Ratonero Andaluz opgericht. Deze presenteren de hond ook in de rest van Spanje.In 2000 wordt het ras officieel erkend door het ministerie van landbouw en la Real Sociedad Canina de España.Tot nu toe wordt het ras nog niet erkend door het FCI ,noch internationaal, als zijnde nieuw ras.

De bodeguero als huisgenoot

De bodeguero heeft veel energie, beter gezegd levenslust, en staat dan ook altijd klaar om te gAAAAAn, jaaaaaaaah! Het is tenslotte een werkhondje! Gemaakt om alert, beweeglijk, oplettend, en supersnel te zijn. Het is geen zenuwlijder,( al zal er heus ook wel eens eentje bij zitten!) hij wil er gewoon op uit! Het is een echt sportief hondje! Het is dus vooral geen hondje voor luie mensen, want er moet iedere dag flink mee gelopen, gespeeld en gerausd worden! Anders wordt hij niet gelukkig. Hij wil niets liever dan met u de hele wereld verkennen, gun hem dan ook deze kans, al kan het best zijn dat hij in het begin nog overal aan moet wennen, en u krijgt het blijste hondje van de hele wereld! Eenmaal gewend vind hij alles fantastisch! En ja, ook de bodeguero glimlacht! Let wel op: het is en blijft een jager, al worden ze vaak in het asiel achter gelaten omdat ze dit niet goed doen, het instinct zit erin. Laat hem dan in het begin als u hem nog niet zo goed kent, alleen los op veilige stukken, waar u hem goed kan zien. Beter op het strand dan in het bos, bv! Gewoon blijven wachten, hij komt terug! De bodeguero is een zeer intelligent en sterk hondje, en ook een heel lief en aanhankelijk hondje. Hij heeft een mooi stevig, lekker compact gespierd lijfje, op mooie hoge elegante pootjes, en een lekker glad velletje. En dan zijn prachtige bat-man koppie! Het is een echt knuffelbeertje!

Net als de podenco en de galgo is de bodeguero nog een heel oorspronkelijk hondje,dat weinig (leuk) kontakt met de mens heeft gehad. Ook het leven in huis kennen ze nauwelijks.al bevalt ze dat al snel!

Veel geduld en liefde is dan ook van belang om hem op zijn gemak te stellen en te laten wennen aan alles. Het zijn in feite nog echte honden, laat ze dat dan dan vooral ook kunnen zijn en u hebt er een heerlijke lekkere gekke ,superlieve en trouwe vriend voor het leven aan!

Bent u nu een van diegenen die al deze tijd terwijl u de adoptiehondjes bekeek gedacht heeft, aaaah wat een lieverdje, das wel iets voor mij, maar heeft u het vanwege de “jack-russel-mix” niet aangedurfd: dan zou ik zeggen: SLA UW SLAG!

Hebt u de pech een luie bodeguero te pakken te hebben, neem hem of haar gewoon lekker mee in de rugzak!

Als u dan eindelijk voor hem of haar gezwicht bent, bedenk dan: met twee wordt het pas echt leuk!!

En mocht hij al een keer helemaal supertrots met een muis of rat aan komen zetten, schrik dan niet, en wordt vooral niet kwaad, maar bedank hem vriendelijk voor zijn cadeau. Het is juist zijn of haar manier om u eens fijn te bedanken en eens lekker extra in de bloemetjes te zetten!

Veel plezier toegewenst!

Herkomst

Jachthond van het type dat al in de antieke wereld voorkwam (ongeveer 3000 vóór Christus), dus ingezet voor de jacht zonder geweer. Afkomstig van de Balearen, maar ook bekend in Noord-Spanje en Zuid-Frankrijk. Werkt zelfstandig of in een meute op konijn, haas en groter wild.

Algemeen voorkomen

Klassieke, vrij grote windhond, gebruikt vooral neus en oren bij het werk. Robuust en sterk, aangepast aan ruig terrein; zeer behendig en snel, kan formidabele sprongen maken.

Schofthoogte

reuen 66-72 cm, teven 60-67 cm

Gewicht

ongeveer 30 kg

Vacht

Stevige, glanzende, korte vacht, of een langere (ongeveer 5 cm) met hard en dicht ingeplant haar en zo mogelijk een baard. Bij voorkeur witrood, geheel wit of geheel rood. Ook wel (maar niet in de korthaarvariëteit) reekleur.

Gebruik

Jachthond die zelf het wild vangt en kan apporteren. Zelfstandig werkend of in meutes, die uit teven bestaan met slechts een enkele reu; de reuen van dit ras zijn nogal dominant en verdragen elkaar meestal niet.

Gezondheid

Geen gezondheidsproblemen bekend. Kan oud worden, wat opvallend is voor zo’n grote hond.

Aard

Zelfstandig, onverschrokken, afstandelijk, met een niet te temmen, want aangeboren jachtpassie.

Bijzonderheden

Normaal vachtonderhoud: eens per week een borstelbeurt.

Over de Podenco Ibicenco

Land van oorsprong

De Podenco is een oud en oorspronkelijk ras dat al eeuwenlang voorkomt op de Balearen: de eilanden Mallorca, Menorca, Ibiza en Formentera.

Geschiedenis

Op afbeeldingen bij het graf van Toetanchamon (Farao van 1358 – 1350 v. Chr.) vinden we al afbeeldingen van een hond met ranke ledematen, een opgetrokken buik en grote staande oren: de Tesem.
Deze Tesem zou van Noord Afrikaanse Windhonden afstammen.
Doordat deze honden werden meegenomen op handelsreizen, raakten ze verspreid in het Middellandse Zee-gebied.
Door de geïsoleerde ligging van de diverse eilanden ontstonden er uit deze Tesem meerdere “staande oren”-rassen; op het eiland Malta ontstond de Pharao hond, op Sicilië de Cirneco dell´Etna en op Ibiza de Podenco Ibicenco.
In Egypte zelf werd de Tesem verdrongen door de snellere Aziatische Windhonden.

De honden werden op de eilanden vooral gebruikt voor de jacht op het konijn. Door de goede jachtkwaliteiten en de geïsoleerde ligging is het Podenco Ibicenco ras nog zeer oorspronkelijk, er is weinig tot geen vermenging geweest met andere rassen.

Karakter

De Podenco Ibicenco is een half-windhond.
Dit betekent dat hij niet alleen zijn ogen gebruikt tijdens de jacht (zoals de “echte” windhonden dat doen), maar ook zijn neus en grote oren.
Het ras is gespecialiseerd op konijnen en hazen.
Tijdens de jacht kan de Podenco hoge sprongen maken.

De Podenco kan rechtstandig, zonder aanloop, 2 meter hoog springen (denk aan de tuinafscheiding)!
De Podenco galoppeert niet echt, hij neemt eerder enorme sprongen. De honden jagen in kleinere meutes van 1 reu met meerdere teven of in paren. Meerdere reuen bij elkaar verdragen elkaar over het algemeen niet.
Tijdens de jacht blaffen de honden alleen als ze een konijn zien of horen en als ze het hebben ingesloten. De honden werken geheel zelfstandig, opsporen, vangen, doden en tot slot aporteren.
Deze manier van jagen vereist een zeer intelligente hond, wat een Podenco dan ook is. Echter: ook een zelfstandige hond, die niet al te best zal luisteren omdat hij het zelf allemaal wel weet.
Ook is de Podenco zeer attent: er ontgaat hem zelden iets. Als waakhond is hij daarom ook goed te gebruiken in de zin dat hij aanslaat bij onraad.
De hond is echter niet “scherp”, eerder terughoudend tegenover vreemden.

De Podenco Ibicenco is intelligent, zeer levendig en temperamentvol.
Hij is in huis goed te houden, als hij zijn energie maar buiten kwijt kan.
Voor de eigen mensen is de Podenco zeer aanhankelijk. Wel moet hij zeer consequent worden opgevoed; met name de reuen zijn nogal dominant en zullen hun plaats in de roedel willen bepalen.
Het luisteren is een probleem; het blijven windhonden: als ze iets zien gaan ze er achteraan.
De hond komt wel weer bij je, alleen kan dit even duren. In ons overvolle landje heb je al gauw risico’s van wegen en verkeer.
De Podenco valt in Nederland officieel onder de zgn. “lange honden”.
Volgens de Jachtwet is het verboden deze honden los te laten lopen (ongeacht waar) omdat ze (kunnen) gaan stropen.
Het los laten lopen kan dus het best gebeuren op het strand, een zandvlakte in een groot bos, een zandafgraving of iets dergelijks.

Uiterlijk

De Podenco is een vrij grote hond; de reuen hebben een schofthoogte van maximaal 70 cm.
Het meest opvallend zijn de grote staande oren. De ogen zijn baarnsteenkleurig en ok de neus is licht van kleur.

Er bestaan drie haarvariëteiten: kort-, ruw- en langhaar. De kleur is rood met wit, ook effen rood en effen wit komt voor. Omdat de jager de bewegingen van de onden in de dichte struiken duidelijk moet kunnen volgen is het zeer gewenst dat de honden in aktie de staart hoog dragen (niet in een krul over de rug) met het eind (met daaraan bij voorkeur een witte punt) voortdurend in beweging.

Verzorging

De Podenco is een schone hond. De vacht vraagt weinig onderhoud; één maal per week een rubberen handschoen en/of kam (afhankelijk van de vacht) is meestal voldoende.
De oren moeten regelmatig gecontroleerd worden, omdat daarin nog wel eens zand etc. zit.
Erfelijke gebreken zijn in dit ras niet bekend.
Honden van 15 jaar zijn geen uitzondering. Het zijn over het algemeen goede eters, waarbij men erop moet letten dat ze niet te dik mogen worden.

Activiteiten

Als extra mogelijkheid tot plezier en ontspanning voor de hond en baas zijn er de windhondenrennen en -coursings.
Op de windhondenrenbaan lopen de honden in een ovaal rondje achter het haas (een stukje schapenvacht of plastic) aan over een afstand van ongeveer 480 meter.
Op een coursing moet de hond het haas volgen terwijl het zig-zag over de grond wordt voortbewogen, over afstanden van 600 tot soms wel 1200 meter.
Dit lijkt veel meer op de bewegingen van een echt konijn/haas en verlangt van de honden niet alleen snelheid maar ook wendbaarheid en inzicht.
De meeste Podenco’s zijn dol op deze sport. De NVOW organiseert zelf ook dagen waarop dit soort renwedstrijden worden gehouden.
De Podenco is zeker geen hond voor iedereen, maar als het klikt heb je een vrolijke, speelse, levenslustige, aparte kameraad.